Lijfspreuk

"Tuinieren is de meest therapeutische, ecologische en opstandige daad
die je voor jezelf, je gezin en de maatschappij kan verrichten"
(Filip Muylle - Bliss)

maandag 22 augustus 2011

Grondige pH test

Om goed te groeien moeten planten voldoende licht, warmte, lucht, water en voeding hebben. Die laatste drie elementen krijgen de planten via de bodem. Het is dus belangrijk om te weten welk soort bodem of grond je tuin heeft omdat dit bepaalt hoe goed de drie elementen in je tuingrond komen en blijven. Pas dan kunnen ze immers worden opgenomen door de planten. Wij hebben hiervoor een methode toegepast die gemakkelijk is en helemaal niet duur.

Eerst bepalen we de zuurtegraad van de tuingrond. Neem hiervoor enkele kleine stalen aarde in je tuin op ongeveer 20 cm diep en vermeng ze. Neem een glazen confituurpot. Vul die voor de helft met aarde van de tuinstalen en voor de andere helft met water. Doe een deksel erop en schud de pot stevig tot je een egaal bruin moddersoepje krijgt. Van dit mengsel giet je een deel in een meetbekertje van een pH-test. Je voegt de gevraagde hoeveelheid kleurstof toe en na enkele minuten verkleurt het mengsel. Vergelijk dit kleur met de kleurkaart en je kan meteen aflezen welke zuurtegraad je grond heeft. Wij gebruiken een pH-test die men normaal gebruikt om vijverwater te controleren. Die test kan je in de gewone tuincentra kopen.


De rest van het moddermengsel gebruiken we om de grondstructuur te testen. Laat het mengsel 24u rusten in de confituurpot. Op die manier zullen de zwaardere gronddeeltjes beginnen zakken, de lichtere deeltjes zullen stijgen. Na een dag hebben zich verschillende laagjes gevormd. De onderste laag is het zwaarst en bestaat uit zand, daarboven komt een tweede laag die uit leem bestaat en ten slotte krijg je de bovenste laag met klei. Door de hoogte van elk laagje te meten kan je afleiden wat het hoofdbestanddeel is van je tuingrond.

zaterdag 6 augustus 2011

Trofee tegen bladluizen

bladluizen bestrijden, ecologisch, oost-indische kers

Oost-Indische kers of Capucien is een plant die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komt. Het wordt Oost-Indisch genoemd omdat men vroeger dacht dat Amerika het oostelijk deel van India was.

De plant werd door Lodewijk XIV geïntroduceerd in Frankrijk als voedselplant. Je kan er zo goed als alles van eten en het bevat veel voedingsstoffen. De smaak lijkt op die van waterkers. De Fransen noemden het dan ook ‘Cresson du Pérou”. De latijnse naam Tropaeolum komt van het Grieks ‘tropaion’ dat trofee betekent. De blaadjes en de bloemen van de Oost-Indische kers lijken immers op de schilden en de helmen die in de oudheid opgehangen werden op de plaats waar de vijand verslagen werd.
De roepnaam Capucien komt van de gelijkenis tussen de bloemen en de kappen van de Kapucijnermonniken.

In de tuin is de Oost-Indische kers een heel goed middel om de zwarte bladluizen aan te trekken en zo weg te houden van andere planten. Ze wordt daarom een vangplant genoemd. Wij gebruiken de plant op die manier in de buurt van de moestuin.
bladluizen bestrijden, ecologisch, oost-indische kers

Je kunt de plant ook gebruiken als klimmer. Wij laten ze soms groeien over de composthoop voor het mooie effect. In zo’n voedselrijke omgeving krijgt ze echter veel blad en weinig bloem.

bladluizen bestrijden, ecologisch, oost-indische kers

Oost-Indische kers is tenslotte ook de voedselplant voor de rupsen van het koolwitje. Wie zijn kolen wil sparen en toch de witte vlinders wil moet dus zeker deze plant proberen. De plant blijft mooi tot de eerste vorst en dan verdwijnt ze. De zaden die ongeveer een erwt groot zijn zorgen het jaar nadien voor nieuwe planten.
bladluizen bestrijden, ecologisch, oost-indische kers, rupsen koolwitje