Lijfspreuk

"Tuinieren is de meest therapeutische, ecologische en opstandige daad
die je voor jezelf, je gezin en de maatschappij kan verrichten"
(Filip Muylle - Bliss)

maandag 22 december 2014

Frieten maken van vroege aardappelen in december


De vroege aardappelen beginnen in december één of twee dikke topscheuten of uitlopers te vormen die redelijk wat energie vragen en de knol langzaam doen verschrompelen. Dit maakt ze moeilijker te bereiden en tegelijk vermindert hun vitaminegehalte. Als een aardappel enkel een topscheut aanmaakt zal hij na het planten weinig knollen aanmaken die weliswaar wat groter zijn dan gemiddeld. Na nieuwjaar maken de vroege aardappelen in een tweede kiemfase alsmaar meer scheuten aan verspreid over het knoloppervlak. Hierdoor worden ze echt onbruikbaar. Door de uitzonderlijk warme novembermaand kregen ze dit jaar 2014 zelfs al vroeger scheuten dan normaal. Die aardappelen weggooien is echte voedselverspilling. Toch kan je dit verlies vermijden. Als je nog veel vroege aardappelen overhebt in december verwerk je ze best tot frieten die je kan invriezen. Wij gaan ze dan eenmaal voorbakken gedurende 4 minuten op 150° C en laten ze langzaam afkoelen. Dan pas gaan we ze in maaltijdporties verdelen in zakjes en in de vriezer stoppen.


Late aardappelen – de zogenaamde bewaaraardappelen – maken hetzelfde proces van scheutvorming mee maar dan later in het seizoen. Ze beginnen dat normaal te doen vanaf januari en zeker op het moment dat de temperatuur boven de 10°C komt. Controleer daarom vanaf december regelmatig ook de bewaaraardappelen op scheutvorming en kraak de eventuele topscheuten af. Zo kunnen de aardappelen nog tot begin maart bewaard blijven, als ze onder de juiste omstandigheden worden opgeborgen. Dat betekent op een koele, goed verluchte plaats met een temperatuur tussen de 4° en 8° C.

Het verwijderen van de kiemen is echt ecologisch want door het afkraken van de scheuten moet je geen giftige kiemremmers gebruiken om de ‘aardappelen te poederen’. Die kiemremmers zijn immers kankerverwekkend.

Heb je begin maart toch nog veel bewaaraardappelen over, dan kan je ook deze aardappelen tot frieten verwerken. Ofwel laat je hun scheuten van de tweede kiemfase wél groeien want dan kan je die knollen gebruiken als pootgoed voor het nieuwe moestuinseizoen. Dat doe je best op een plaats met veel onrechtstreeks zonlicht en een constante temperatuur van 10° C. Vroege aardappelen kun je uitplanten van half maart tot half april, latere aardappelen in april en mei. Het kweken van aardappelen hebben we vroeger al eens uitgelegd in deze blogtekst.

woensdag 19 november 2014

Herfstbladeren verzamelen in een bladkorf om bladaarde te maken


Verzamel elke herfst vanaf november de afgevallen bladeren in een bladkorf. Laat ze twee tot drie jaar verteren tot bladcompost of bladaarde, een goede bodemverbeteraar die bovendien langzaam een beperkte hoeveelheid voedingsstoffen afgeeft. De organische bladaarde is bruikbaar in de siertuin of de moestuin. Vooral het bodemverbeterend effect is het grote voordeel van bladaarde. Het houdt goed het vocht vast, wat nuttig is bij droge perioden. Als het té vochtig is, dan helpt het juist om snel het overtollige water af te voeren. Bladaarde is dus ideaal bij de aanplant van bomen en struiken.

Bladeren die snel verteren komen van de appel, es, vlier, linde, kastanje en wilg. Traag verterende bladeren zijn die van de plataan, eik en beuk. Zorg dat de hoop bladeren vochtig blijft. In de herfst is dit geen probleem omwille van het mistige weer. Uiteraard kan de zomerperiode heel droog zijn maar alsmaar vaker is ook een grote periode van het voorjaar droger dan vroeger omwille van de klimaatverandering. Vergeet ook niet dat langdurige vrieskou de bladeren serieus uitdroogt. De hoop afdekken zorgt dat het vocht niet snel verloren gaat.

 

vrijdag 24 oktober 2014

Bloembollen van voorjaarsbloeiers planten in oktober


Plant in oktober de biologische bloembollen van voorjaarsbloeiers. Oktober is nog relatief warm en tegelijk al vochtig. Dat zijn ideale omstandigheden om de bloembol te laten wortelen vóór hij de koude winter in moet. De herfstvakantie valt ook in deze maand en is dus een goed moment om bloembollen te gaan kopen. Kies bewust voor biologische bloembollen en niet voor de met gif bespoten versies. De webwinkel van het Belgische Ecoflora en de Nederlandse Ecobulbs en Natural Bulbs bieden biobloembollen aan.
Voorjaarsbloeiers zijn belangrijke voor de overwinterende insecten zoals bepaalde vlinders die bij een vroege lentezon al ontwaken uit hun winterrust en dan meteen voedsel nodig hebben. Ook de bijen en de koninginnen van de hommels zoeken nectar bij het begin van het jaar. De voorjaarsbloeiers zijn dan de enige bron van nectar voor deze insecten.




Bij de bloembollen zijn de sneeuwklokjes de eerste nectarbron van het jaar want ze bloeien al in januari en februari. De krokussen bloeien in maart en vormen - samen met de wilgenkatjes - de eerste massale nectarbron van het voorjaar. Blauwe Druifjes, Narcissen en Hyacinten bloeien in april. Tulpen en Kievitsbloemen komen te voorschijn in april en mei. Ten slotte zijn er de Alliums die het voorjaar afsluiten door in mei, juni en juli te bloeien.



zondag 21 september 2014

Zelf een bodemtest uitvoeren


Heb je pas bouwgrond gekocht dan zoek je best in de herfst uit wat de bodemvruchtbaarheid is van je tuingrond. Ook wie al langer een tuin heeft en wil nagaan welke planten nu écht passen in de eigen streek voert best een bodemtest uit.
Bodemvruchtbaarheid is de mogelijkheid om voedingsstoffen af te geven aan de planten. Die vruchtbaarheid wordt bepaald door chemische, fysische en biologische elementen.

De biologische elementen zullen we bespreken in een van de volgende berichten. De chemische samenstelling hangt af van de soort stoffen die zich in je tuingrond bevinden. Die stoffen zijn afkomstig van gesteente dat in de loop van duizenden jaren is uiteengevallen in minuscule stukjes of korreltjes. Men noemt ze mineralen. De verschillende mineralen zorgen dat je grond eerder zuur of eerder basisch is. Deze chemische samenstelling kan je zelf nagaan met een eenvoudige pH-test. Dit hebben we vroeger al eens beschreven: klik hier om dit nog eens na te lezen.

De fysische samenstelling zegt iets over de grootte van de korreltjes in je tuingrond. De kleinste deeltjes worden klei genoemd, de grootste noemt men zand en de deeltjes met een gemiddelde grootte noemt men leem. Hieronder beschrijven we een bodemtest waarmee je eenvoudig kan onderzoeken op welke bodem jij tuiniert.
Maak op een vijftal plaatsen in je tuin een putje van 15 cm diep. Steek met een plantenschopje telkens wat grond af langs de wand en doe het in een emmer. Haal er de plantenresten en steentjes uit en meng dan de grond goed door elkaar. Neem een grote bokaal met deksel en doe daar ongeveer een kwart liter van de verzamelde tuingrond in. Doe er water bij tot de bokaal bijna vol is. Voeg ook enkele druppeltjes ecologisch afwasproduct bij. Doe het deksel erop en schud de bokaal stevig tot je alleen nog een bruine vloeistof ziet.

  

Zet de bokaal op een plaats waar hij 24u kan staan zonder verplaatst te moeten worden. Gedurende die 24u zullen de gronddeeltjes neerslaan op de bodem. Na een halfuur zullen de zwaarste deeltjes – het zand – al op de bodem liggen. Ongeveer een uur later zal het iets lichtere leem bovenop het zand neerslaan. De volgende dag (24u later) is ook de laag gevormd die de lichte deeltjes bevat, de kleilaag. Boven de kleilaag krijg je bijna helder water. Je test is klaar. Nu ga je rekenen.


Markeer met een stift de bovenkant van de drie grondlagen. Meet de hoogte per laag, deel dit door de totale hoogte van de drie lagen samen en vermenigvuldig dan met honderd. Zo bekom je het percentage zand, leem en klei in je tuingrond. Als die samenstelling overeenkomt met de algemene bodemsamenstelling van je streek, dan is je tuingrond nog de oorspronkelijke grond. Is dat niet zo, dan heb je te maken met grond die recent of lang geleden is aangevoerd uit andere streken.

Zoals je ziet op onze foto hebben wij grond met veel zand (73 %) en ook voldoende leem (23 %) maar praktisch geen klei (4 %). Die samenstelling noemt men lemig zand.
We zijn benieuwd hoe jullie tuingrond is samengesteld.

zaterdag 23 augustus 2014

Fruitplukker voor appelen en peren


Pluk de vruchten in je fruitbomen met een perenvanger. Officieel heet zo’n gereedschap een fruitplukker maar wij gebruiken altijd het woord perenvanger omdat dit grappiger klinkt. Dat is een handig gereedschap dat bestaat uit ringvormige plastic band met bovenaan uitsparingen. Je monteert het op een stok en brengt het tot bij de vrucht. Zorg dat de uitsparing rond het steeltje komt en draai de stok zodat het steeltje wordt gebogen. Doe dat in verschillende richtingen. Bij een rijpe vrucht komt het steeltje meteen los van de tak. Biedt het steeltje veel weerstand en komt het niet los, dan laat je de vrucht gewoon hangen want ze is dan nog niet volledig rijp.

Met de fruitplukker kan je alle vruchten bereiken die je niet vanop de grond met de hand kan vastnemen. De allerhoogste vruchten kan je plukken door eerst op een ladder te gaan staan en van daaruit nog eens de fruitplukker omhoog te steken.


Je kan zo'n fruitplukker zelf maken door de bodem van een vijf liter waterfles te snijden en de fles ondersteboven aan een stok te bevestigen. In de fles leg je enkele verfrommelde kranten om de val van de vrucht te breken zodat ze niet beschadigd. Wij gebruikten vroeger zo'n zelfgemaakt gereedschap maar nu hebben we al enkele jaren een handige fruitplukker van Gardena die past op de tuingereedschapsteel Combisystem die we al hadden voor onze hak en hark.


zondag 6 juli 2014

Fruitvliegjes vangen op ecologische wijze

Zwermen fruitvliegjes op het rijpe fruit in de keuken is een gekend zomerverschijnsel dat heel vervelend is. Fruitvliegjes  - ook bananenvliegjes genoemd - planten zich ook heel snel voort, in twee weken ontwikkelen ze van eitje tot volwassen insect. Zo lijkt een plaag van fruitvliegjes alleen maar tegen te gaan door gif te gebruiken. Wij hebben echter een volledig ecologische en diervriendelijke methode gevonden. Een zelf gemaakte fruitvliegjes vanger.

fruitvliegjes vanger, fruitvliegjes vangen, ecologisch

Zorg voor een lege PET-fles met dop. Maak enkele kleine gaatjes op een paar centimeter van de bodem. Haal de dop eraf en giet bovenaan een kleine hoeveelheid verse fruitpulp of vers fruitsap in de fles.

fruitvliegjes vanger, fruitvliegjes vangen, ecologisch

Schroef de dop er terug op en zet de fles waar je het meest last hebt van de fruitvliegjes. Ze komen op de fruitgeur in de fles af om te eten en eitjes te leggen. Als ze gedaan hebben vliegen ze instinctief naar boven en blijven ze daar vastzitten.

fruitvliegjes vanger, fruitvliegjes vangen, ecologisch

Elke dag giet je het sap of de pulp van de fles uit in de tuin en spoel je het flesje een beetje want waarschijnlijk zitten daar eitjes in die in de beste omstandigheden na een dag zouden uitkomen en voor een nieuwe plaag zorgen. Als je dit een paar dagen doet ben je verlost van de fruitvliegjes

Zorg wel dat je vanaf nu alle fruitresten meteen uit de keuken verwijderd, ook omwille van die snelle voortplanting. Gooi ze ofwel op de composthoop of gooi ze in een goed afgesloten vuilnisbak die buiten staat. Ook in een donkere vuilnisbak binnen vol fruitresten kan een fruitvlieg via een minuscuulkiertje naar binnen en zich probleemloos voortplanten.
Sluit ook goed de flessen af waarin alcoholhoudende dranken zitten. Alcohol is gegiste suiker en de vliegen denken dat dit rottend fruit is en komen daar massaal op af. Probeer maar eens ongestoord een glas rode wijn te drinken in de buurt van je keuken waar er fruitvliegen zijn.

donderdag 26 juni 2014

Weg met pesticiden, leve de biolandbouw!


VELT wijst al decennia op de schadelijkheid van pesticiden, Ecotuinweetjes doet dat al jaren, de nog altijd schaarse biolandbouwers doen dat ook en kweken hun groenten en fruit ecologisch. Die informatie is echter nog altijd te weinig bekend bij het brede publiek. Natuurpunt begint de mensen stilaan te sensibiliseren, maar de beste campagnes komen van Greenpeace. De voorbije dagen liet nu ook de wetenschap heel duidelijk horen in de pers dat die pesticiden veel schadelijker zijn dan we allemaal al dachten. Ze zijn niet alleen schadelijk voor de bijen, ook regenwormen, vlinders, libellen en vogels lijden er enorm onder. Het is niet verwonderlijk dat ook de mens niet gezonder wordt door het massale gebruik van pesticiden. Mannen zien hun vruchtbaarheid aangetast, zwangere vrouwen hebben meer kans om kinderen met autisme ter wereld te brengen.
Wij herhalen dus onze boodschap: gebruik nooit gifstoffen in je moestuin en siertuin, koop duurzame biogroenten, biofruit en biosierplanten. Overal waar je niet-bio ziet, moet je de verkopers of winkeliers vragen waarom ze geen bio hebben. Zeg dat je alleen bij hen wil kopen als ze geen vergif gebruiken. Alleen als wij allemaal als consument voet bij stuk houden kan er iets veranderen!

De recente artikels over dit onderwerp hebben we gebundeld in ons ecotuinforum: [KLIK HIER]

vrijdag 30 mei 2014

Het Ecotuinforum beantwoordt al je vragen over ecologisch tuinieren


Meer en meer mensen willen ecologisch tuinieren maar zitten met veel vragen. Tuinieren moet sowieso leuk zijn en daarom zijn antwoorden van ervaringsdeskundigen interessanter dan de theorieën uit de boekjes. Uit de blog en de facebookpagina Ecotuinweetjes groeide zo het Ecotuinforum. Alles is overzichtelijk per thema geschikt. Zo kan je er gericht zoeken met de zoekfunctie of gewoon grasduinen, leden opzoeken uit dezelfde streek, je eigen ervaringen meegeven.

Met dit forum willen we bewijzen dat een ecologische tuin mooi kan zijn en dat je er alle kanten mee uit kan: van strak modern tot een natuurlijke cottage stijl. Je kan ecotuinieren in een bloembak of in een klein achtertuintje. Het enige wat je nodig hebt is een beetje durf en veel creativiteit.
We hopen dat we op dit forum alle gelijkgestemden kunnen stimuleren om hun ervaringen te delen, zowel positieve als negatieve. Trial and error is namelijk een goede manier om ecologisch te tuinieren.

Ecologisch tuinieren doe je zonder gebruik van gifstoffen tegen planten of dieren. Het is tuinieren met respect voor de natuur. Met dit forum willen we zoveel mogelijk mensen aanzetten om hun tuin natuurlijker te maken. Zo’n tuin maakt je actiever, gezonder en gelukkiger.

***

03/07/2017: Intussen zijn we drie jaar verder en we moeten vaststellen dat de mensen de weg niet meer vinden naar internetfora. Ook al werkt zo'n forum op dezelfde wijze als Facebook maar werkt het beter door de overzichtelijke structuur van alle berichten, toch verkiezen de meeste mensen het telkens opnieuw stellen van dezelfde vragen in plaats eerst eens te gaan zoeken in het bestaande archief. De beleving is gewoon veranderd: vroeger ging je als enkeling naar de grote wereld toe om bij te leren, nu voel je je het centrum van het heelal en moet de wereld maar naar je o-zo-belangrijke "ik" komen om je snel even uit te leggen wat je nog niet weet. Tegen individualisme strijden is lastig.
Daarom zal je binnenkort geen ecotuinforum meer vinden op het web. We stoppen ermee. De blog, de FB pagina en het Instagram account zijn al voldoende om de ecologische boodschap te verspreiden! :-)

Nog een prettige zomer!

maandag 21 april 2014

Laurierboom, het ideale boompje voor een stadstuin

Woon je in de stad, dan heb je meestal een klein tuintje of gewoon een terrasje. Op zo’n kleine oppervlakte een boom zetten lijkt een utopie, maar dat is het niet. Koop in dat geval een laurierplantje in pot en verplant het elk jaar in een grotere bloempot. Wij kochten ons plantje bij Dille & Kamille. Als het een mooi struikje geworden is, plant je de laurier definitief uit in je stadstuintje. Zo krijg je een mooi, groenblijvend boompje dat goed gedijt in het warme microklimaat van de stad dat lijkt op het mediterraan klimaat waar de laurier thuishoort. Heb je enkel een terras, dan kan je de laurier definitief in een mooie, grote pot laten.
Op het platteland zal de laurierboom moeilijk overleven want hij is niet winterhard. Tenzij je daar ook toevallig een microklimaat hebt gecreëerd dat zuiderse toestanden nabootst het hele jaar door. Bijvoorbeeld in de luwte van een dijk in Nederland.


Zelfs in de stad moet je het jonge plantje in de winter beschermen tegen strenge vorst door stro te leggen aan de voet van het boompje. Een volwassen boom kan tegen gewone vorst, alleen kunnen sommige blaadjes kapotvriezen, maar alles hersteld zich in het voorjaar. Als het sneeuwt is het van belang om de sneeuw er af te schudden. Omdat de laurier zijn blaadjes niet verliest vangt hij alle sneeuw op en die massa kan schade veroorzaken.

Je kan de plant zoals bij ons als een grote laurierstruik houden of je kan het opkronen zodat je echt een stam met een kruin krijgt. In de zomer komen er leuke minibloempjes aan en nadien krijg je bessen waarvan de vogels graag eten. Je kan af en toe een takje afsnijden en in de lucht laten drogen uit de zon om later te gebruiken in de keuken. Gedroogde laurier geeft namelijk een sterkere smaak af dan verse blaadjes. De laurier is dus echt een veelzijdig stadsboompje.



zaterdag 29 maart 2014

Combinatieteelt van ui, wortelen, Goudsbloem en Afrikaantjes


Probeer in je moestuin eens een combinatieteelt door in maart uien te planten en 40 cm tussen de rijen te laten. In april zaai je dan tussen twee rijen uien een rijtje wortelen (elke 4 cm een zaadje), af en toe onderbroken door wat zaden van Afrikaantje (Tagetes) en aan de rand van het perk zaden van Goudsbloem (Calendula officinalis). Al deze planten hebben een goede invloed op elkaar: de ui beschermt de wortelen tegen de wortelvlieg, de worteltjes beschermen dan weer de uien tegen de preivlieg of uienvlieg. De Afrikaantjes en Goudsbloem zijn goed tegen aaltjes en ze maken tegelijk je moestuin mooi om naar te kijken. Na de oogst van de groenten blijven die mooie bloemen staan en ziet je moestuin er heel de zomer kleurrijk uit.


De goudsbloem is trouwens ook een nuttige waardplant voor veel nachtvlinders waaronder het Huismoedertje en het Gamma-uiltje dat ook bij de jaarlijkse vlindertelling van Natuurpunt wordt vermeld.


vrijdag 28 februari 2014

Zwarte bessen stekken in de winter


Het groeien en bloeien van planten is pure chemie. Simpel gezegd zorgt een verschillende mix van dezelfde chemische stoffen voor een andere soort plant. Dit mengen start bij de voortplanting. Bloemen worden bevrucht waardoor twee cellen van verschillende individuen samensmelten. Hieruit komen zaden en die zaden ontkiemen uiteindelijk tot planten. Dit is de klassieke geslachtelijke voortplanting.

Daarnaast bestaat er ook de ongeslachtelijke of vegetatieve voorplanting waarbij er eigenlijk een kopie wordt gemaakt van één individu. Dat kopiëren kan op verschillende manieren gebeuren. Voorbeelden zijn het planten van een aardappelknol, een ui of een tulpenbol waaruit later een perfecte kopie komt van de moederplant. Nog later zal die gekopieerde plant op haar beurt zelf weer nieuwe kopieën maken: uit één aardappelknol komt een plant met meerdere aardappelknollen, een geplante ui geeft veel kleine bolletjes, net zoals bij een tulp. Die planten kunnen zich trouwens ook op de geslachtelijke manier voortplanten maar de vegetatieve manier gaat vlotter.

Ook het stekken van planten is een vorm van vegetatieve voortplanting. Hierbij wordt een stuk uit een plant gesneden en wordt gezorgd dat dit stukje plant wortels krijgt. Dat afgesneden stukje kan dan uitgroeien tot een volledige plant. Door de verschillende samenstelling van de chemische stoffen kan de ene plantensoort zich veel gemakkelijker voortplanten via stekken dan de andere soort. Bessenstruiken zijn van die planten die heel gemakkelijk via stekken zijn te vermeerderen.

Als voorbeeld nemen we de Zwarte Bes, ook gekend als de Cassisbes of de Ribes nigrum. De Zwarte bes is een struik die maximaal anderhalve meter groot wordt en die smal blijft omdat de takken alleen verticaal groeien. Ook in kleine tuinen kan je deze bes dus zonder problemen planten. Stekken maken doe je door in december, januari of februari twijgen van gezond eenjarig hout van de Zwarte bes te snoeien. Snij op een vorstvrije dag een takje van ongeveer 40 à 50 cm af uit het eenjarige hout. Eenjarig hout is blinkend bruin, tweejarig hout is mat. Als het kan probeer je best ook niet te stekken op regendagen omdat de kans op schimmelinfectie groter is bij vochtig weer.


Van de stekken snij je de bovenkant af omdat die te zacht is. Zo hou je stekken over van gemiddeld 30 cm. Zet die stekken samen voor één derde in de grond in open lucht waar ze enkele maanden mogen blijven staan om te wortelen. Zo kan je in het voorjaar zien welke stekken de beste scheuten geven en die plant je dan uit op hun definitieve plaats. Zet ze op ongeveer 1 à 1,5 meter van elkaar. Het eerste jaar groeit uit de stekken een struik en pas het tweede seizoen zal je bessen krijgen. Stekken in een pot opkweken is ook mogelijk, zowel in open lucht als in een kas of serre. Bij dat laatste moet je ze wel afharden vóór je ze uitplant. Je moet ze dus langzaam laten wennen aan de buitentemperatuur.



De stekmethode is ook toepasbaar op de Ribes rubrum (rode bes) , sambucus nigra (vlierbes), druif en de Jostabes. Bij blauwe bessen gaat dit ook maar dan enkel onder glas.


woensdag 29 januari 2014

Wilgen planten en wilgen knotten


Wilgen knotten is een aangename wintersport. Niet iedereen heeft die bomen staan in de tuin maar daar kan snel iets aan gedaan worden, zelfs in kleine tuinen. Knotwilgen krijg je simpelweg door een tak van een bestaande boom bij de buren of een kweker in de grond te steken.

Hoe maak je nu precies van een tak een boom? Je neemt rechte wilgentakken van 2,7 à 3 meter lang en een arm dik van een gezonde boom. Op de onderste 70 cm maak je lichte beschadigingen in de schors. Dit helpt de wortelgroei. Je plant de wilgenstokken 70 cm diep in een gat dat je het best kan maken met een grondboor zodat de stokken stevig staan. Zijn de takken niet perfect recht – en dat komt heel veel voor – dan kan je ook een put graven. Ik probeer de ene zijde van de put verticaal uit te graven zodat de stok toch minstens één stevige kant aarde heeft. Dan hoef je enkel nog maar de andere kant goed aan te stampen als de put gevuld is.


In het voorjaar verschijnen de eerste scheuten over de hele stamlengte. Laat tijdens het eerste groeijaar enkel de twijgen aan de top staan zodat je een mooie kruin krijgt. Een top is ongeveer een gestrekte handpalm lang. Op het einde van het eerste jaar verminder je het aantal scheuten in de kruin tot acht à twaalf stuks.

Tijdens het tweede, derde en vierde jaar moet je bijna niets doen. Alleen het verwijderen van nieuwe zijscheuten op de stam kan nodig zijn. Takken die afbreken door stormwind snoei je best mooi af om te voorkomen dat er water in de wonde blijft staan.


Op het einde van het vierde jaar ga je de wilg voor de eerste keer helemaal knotten. Dat doe je best in de wintermaanden als de bomen in rust zijn. Het veiligst werk je met een scherpe handzaag. Een kettingzaag is gevaarlijk omdat je de zaag relatief dicht bij je lichaam moet houden door het dichte takkenstelsel van de kruin. Ik klim met een aluminiumladder redelijk hoog in de kruin om de takken in verschillende keren af te zagen. Zo voorkom je dat er in één keer een heel zware last naar beneden valt. Deze werkwijze is ook handig als er afsluitingen in de buurt van de bomen staan. Je vermijdt dan schade aan de omheining.


Om te verhinderen dat je zaag vast komt te zitten maak je eerst een snede in de vorm van een wig aan de valzijde van de tak. Dan zaag je aan de andere richting de tak volledig door. Automatisch valt de tak dan in de richting van de snede. Je kan dit uiteraard ook toepassen als je de takken in één keer afzaagt. De lengte van de stomp die overblijft op de boom moet ongeveer even lang zijn als de diameter van de tak. Vanaf dan herhaalt de cyclus zich en ga je om de vier jaar knotten.



Heb je een kleine tuin of zijn de takken na 4 jaar veel te dik geworden om gemakkelijk te hanteren, dan kan je ook vroeger snoeien. Wij hebben na enkele ervaringen beslist om de wilgen elke twee jaar te knotten. Om toch elk jaar wilgenkatjes te hebben voor de insecten, knotten we het ene jaar de helft van onze bomen en het andere jaar de tweede helft. Zo is tegelijk ook het knotwerk wat gespreid en worden onze spieren wat gespaard.


Zijn knotbomen sowieso te groot voor je tuin, dan kan je ook wilgenstruiken planten. De plantmethode is zoals bij bomen, maar je neemt smallere takken. Het snoeien doe je elke keer tot op de grond. Elk voorjaar komen daaruit nieuwe, smalle scheuten. Wil je wilgenkatjes, dan moet je de struiken twee jaar ongesnoeid laten.