Lijfspreuk

"Tuinieren is de meest therapeutische, ecologische en opstandige daad
die je voor jezelf, je gezin en de maatschappij kan verrichten"
(Filip Muylle - Bliss)

woensdag 29 januari 2014

Wilgen planten en wilgen knotten


Wilgen knotten is een aangename wintersport. Niet iedereen heeft die bomen staan in de tuin maar daar kan snel iets aan gedaan worden, zelfs in kleine tuinen. Knotwilgen krijg je simpelweg door een tak van een bestaande boom bij de buren of een kweker in de grond te steken.

Hoe maak je nu precies van een tak een boom? Je neemt rechte wilgentakken van 2,7 à 3 meter lang en een arm dik van een gezonde boom. Op de onderste 70 cm maak je lichte beschadigingen in de schors. Dit helpt de wortelgroei. Je plant de wilgenstokken 70 cm diep in een gat dat je het best kan maken met een grondboor zodat de stokken stevig staan. Zijn de takken niet perfect recht – en dat komt heel veel voor – dan kan je ook een put graven. Ik probeer de ene zijde van de put verticaal uit te graven zodat de stok toch minstens één stevige kant aarde heeft. Dan hoef je enkel nog maar de andere kant goed aan te stampen als de put gevuld is.


In het voorjaar verschijnen de eerste scheuten over de hele stamlengte. Laat tijdens het eerste groeijaar enkel de twijgen aan de top staan zodat je een mooie kruin krijgt. Een top is ongeveer een gestrekte handpalm lang. Op het einde van het eerste jaar verminder je het aantal scheuten in de kruin tot acht à twaalf stuks.

Tijdens het tweede, derde en vierde jaar moet je bijna niets doen. Alleen het verwijderen van nieuwe zijscheuten op de stam kan nodig zijn. Takken die afbreken door stormwind snoei je best mooi af om te voorkomen dat er water in de wonde blijft staan.


Op het einde van het vierde jaar ga je de wilg voor de eerste keer helemaal knotten. Dat doe je best in de wintermaanden als de bomen in rust zijn. Het veiligst werk je met een scherpe handzaag. Een kettingzaag is gevaarlijk omdat je de zaag relatief dicht bij je lichaam moet houden door het dichte takkenstelsel van de kruin. Ik klim met een aluminiumladder redelijk hoog in de kruin om de takken in verschillende keren af te zagen. Zo voorkom je dat er in één keer een heel zware last naar beneden valt. Deze werkwijze is ook handig als er afsluitingen in de buurt van de bomen staan. Je vermijdt dan schade aan de omheining.


Om te verhinderen dat je zaag vast komt te zitten maak je eerst een snede in de vorm van een wig aan de valzijde van de tak. Dan zaag je aan de andere richting de tak volledig door. Automatisch valt de tak dan in de richting van de snede. Je kan dit uiteraard ook toepassen als je de takken in één keer afzaagt. De lengte van de stomp die overblijft op de boom moet ongeveer even lang zijn als de diameter van de tak. Vanaf dan herhaalt de cyclus zich en ga je om de vier jaar knotten.



Heb je een kleine tuin of zijn de takken na 4 jaar veel te dik geworden om gemakkelijk te hanteren, dan kan je ook vroeger snoeien. Wij hebben na enkele ervaringen beslist om de wilgen elke twee jaar te knotten. Om toch elk jaar wilgenkatjes te hebben voor de insecten, knotten we het ene jaar de helft van onze bomen en het andere jaar de tweede helft. Zo is tegelijk ook het knotwerk wat gespreid en worden onze spieren wat gespaard.


Zijn knotbomen sowieso te groot voor je tuin, dan kan je ook wilgenstruiken planten. De plantmethode is zoals bij bomen, maar je neemt smallere takken. Het snoeien doe je elke keer tot op de grond. Elk voorjaar komen daaruit nieuwe, smalle scheuten. Wil je wilgenkatjes, dan moet je de struiken twee jaar ongesnoeid laten.